maandag 21 april 2014

Recensie van het boek 'Als Managen je vak is' van Anton van den Dungen & Coen Dirkx

‘Als managen je vak is’ van Anton van den Dungen en Coen Dirkx had net zo goed kunnen heten ‘Als managen je vak wordt’. Naar mijn mening een waardevol boek voor zowel de beginnende als de al wat meer ervaren manager. Het boek geeft een mooi overzicht van dat wat je zou moeten weten als manager en de valkuilen waar je tegen aan kunt lopen.

Zoals bij veel boeken zit het meest waardevolle gedeelte in het laatste hoofdstuk van een boek, ook in dit boek is dat niet anders. Wil je in korte tijd een idee krijgen van het boek ‘Als managen je vak is’ dan raad ik je aan de epiloog te lezen. In een zeer gecomprimeerde vorm wordt door de auteurs het boek daar samengevat.

Mocht je het daar bij, dan doe je de schrijver maar zeker het boek te kort. In het boek worden belangrijke managementaspecten besproken. Zo wordt er aandacht besteed aan de verwachtingen die aan een manager in deze tijd worden gesteld. Het begint vanzelfsprekend met de uitgangspunten van jou als manager. Het is bijvoorbeeld belangrijk om je richtinggevende visie, de kaders voor de medewerkers, regelmatig en met overtuiging uit te dragen. Het is belangrijk om zelfvertrouwen te hebben maar ook vertrouwen in de medewerkers. Je hebt elkaar uiteindelijk hard nodig om de beoogde resultaten te behalen. Daarnaast is het belangrijk actie te nemen, in te grijpen als zaken niet goed lopen. Blijf niet aan modderen, maar herschik en zorg dat je geloofwaardig bent.

Een ander belangrijk uitgangspunt is dat je als manager ook blijft leren, dat je je blijft ontwikkelen. Een dergelijk ontwikkelproces kan zich ontwikkelen van onbewust onbekwaam naar onbewust bekwaam. Dat leren houdt meer in dat het lezen van allerlei managementboeken, het betekent waarnemen, analyseren, beoordelen en beslissen. Een cyclisch proces, waarbij je na het doorlopen van een dergelijk proces steeds meer op dient te schuiven naar het stadium onbewust bekwaam.

Een passage die mij in het boek aansprak was de volgende: “Welke rollen je ook vervult of wenst te vervullen, ‘jij als persoon’ bent degene die het moet doen. Je bent de koorddanser die steeds balanceert tussen verschillende polen. Tussen aandacht voor nu en straks, tussen behouden en vernieuwen, tussen taakaspecten en sociale aspecten, tussen binnenkant van de organisatie en de organisatieomgeving. Daarvoor moet je stevig in je schoenen staan, zeker omdat je er als manager in veel situaties uiteindelijk alleen voor staat. Managen is soms een eenzaam bestaan.” Wat mij betreft had het vak van manager niet beter omschreven kunnen worden dan hierboven.

In het boek wordt door de auteurs Van den Dungen en Dirkx ook aandacht besteed aan het feit dat communiceren een basisvereiste is. Leidinggeven is namelijk voor een groot deel communiceren. Als manager is communiceren het belangrijkste instrument om anderen te beïnvloeden, zowel met betrekking tot leidinggevenden als medewerkers waar de manager mee te maken krijgt. Belangrijk is dat de boodschap eerlijk en open wordt overgebracht.

Bij leidinggeven hoort ook delegeren en dat is misschien het belangrijkste struikelblok waar je als manager mee te maken kunt krijgen. Het heeft onder andere te maken met het controle-vertrouwen dillema, het overlaten van het werk aan de medewerker omdat je nu eenmaal niet alles kunt blijven controleren.
Samenwerken in een groep betekent deels het inleveren van individuele wensen, dat kan moeite kosten. Zeker is dat het lastig is om een groep volledig in harmonie te laten werken. Zoals in het boek wordt opgemerkt: ‘Alleen op het kerkhof staan alle neuzen dezelfde kant op, maar daar is het een dooie boel.’

Managen moet vooral een uitdaging zijn, waarbij je soms voor de troepen uitloopt, soms tussen hen inloopt en soms hen vooruit moet duwen. Ga er vooral vanuit dat iedereen het beste tot zijn recht komt als zowel jij als je medewerkers zich lekker voelen.

Het boek is een waardevol naslagwerk voor een meer ervaren manager maar zeker ook een  boeiend leerboek voor een beginnende manager.

Over Dick Bos

Dick Bos (1958) studeerde onder andere Rechten aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en Bedrijfskunde aan de NCOI Business School (MBA). Daarnaast voltooide hij naast tal van managementcursussen de opleiding tot gecertificeerd compliance officer bij het NIBE-SVV. Hij is werkzaam als kwartiermaker voor het opzetten van een Beveiligingsautoriteit binnen het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Interessante link


zaterdag 15 maart 2014

Concept recensie: Het Perfecte Project, de mens als sleutel tot succes van Bart Flos

Een boek naar mijn hart ‘Het perfecte project’ van Bart Flos! In het boek beschrijft de auteur niet zo zeer de of een projectmethodiek. Wat hij wel doet, is je wijzen op het testen van de volwassenheid van een project, waar gaat het fout, op welk moment moet je niet instappen en waar moet je nadrukkelijk STOP zeggen. Je vraagt je af waarom er nog zo veel projecten fout gaan, als je dat zou kunnen voorkomen door - onder andere -dit boek te lezen.

Door het boek ‘Het perfecte project’ heen kom je regelmatig de wet van Murphy tegen “Als iets fout kan gaan, dan zal het ook fout gaan”. De ervaringen die Bart Flos heeft opgedaan met het leiden en managen van tal van projecten hebben hem geïnspireerd om dit boek te schrijven.

Voor mij was het een feest van herkenning. Tijdens mijn eigen afstuderen heb ik onderzoek gedaan naar de effecten van zwak of sterk gestuurde projecten en programma’s binnen een organisatie. Een aantal belangrijke leerpunten daaruit waren: veel projecten of programma’s worden gestart zonder een duidelijk businessplan, er zijn geen duidelijke evaluatie en go/no go momenten, de financiële verantwoording is slecht ingericht. Daarnaast liepen projecten en programma’s vaak vast omdat gaande de rit nieuwe elementen werden toegevoegd, die van invloed waren op het eindproduct en de doorlooptijd. Tel daarbij op de onbekwaamheid van een projectleider of programmamanager en het tussentijds vertrek van deze personen en de nodige risico’s zijn binnengehaald.

De auteur beschrijft dat onder meer in zijn vijf generieke oorzaken van projectfalen, namelijk:
1)         Er is grenzeloos optimisme in de voorbereidingsfase;
2)         Als we eenmaal begonnen zijn, kunnen we niet meer stoppen;
3)         We pakken de onvermijdelijke problemen verkeerd aan;
4)         We gedragen ons niet als ondernemers en
5)         We evalueren, delen en vieren onze ervaringen niet.

Naar de mening van Bart Flos zou de mijlpaal tussen voorbereiding en uitvoering een zwaarbewaakte vestingmuur moeten zijn, met boogschutters tussen de kantelen en een zwaar gebarricadeerde poort waar je alleen door komt als je je huiswerk hebt gedaan. Dat is heel anders dan hoe het in de praktijk gebeurt. Als de totale hoeveelheid menselijke energie die in een project gestoken wordt op honderd wordt gesteld dan zou die – naar de mening van de auteur - op de volgende wijze moeten worden verdeeld 50/20/30. De helft moet zitten in de goede voorbereiding van het project zodat er nog maar twintig procent nodig is voor de uitvoering. De laatste dertig procent besteed je dan aan de evaluatie. In de praktijk ziet het er vaak veel slechter uit. Een typische procentuele energieverhouding van een ontspoort prutsproject is 5/95/0.

Bart Flos leert de lezer kennis maken met tal van testen zoals de Project Matchtest. Daarbij gaat het er vooral om, om de juiste leider op de juiste plaats te krijgen door het soortelijk gewicht van een project te bepalen. Omdat te doen moet je vier basiselementen van een project met elkaar in verband brengen: tijd, geld, mensen en impact. Kost een project veel geld en gaat er veel tijd meegemoeid dan zou je kunnen constateren dat het een ‘groot’ project is. Alleen dan heb je twee elementen er buiten gelaten: de mens en de impact. Voeg een persoon aan een project toe en de complexiteit neemt exponentieel toe. Dat komt omdat iemand zijn unieke mix van persoonlijke eigenschappen en gedragskenmerken toevoegt aan het project. Stel dat het project om wat voor reden dan ook faalt, wat voor invloed heeft dat op het voortbestaan van het bedrijf. Ergo impact is ook een belangrijk basiselement voor het wegen van een project.

Behalve de Project Matchtest introduceert Bart Flos ook de PRIC-lijsten, waarbij PRIC staat voor PRoject Informatie en Confrontatie. Als projectmedewerker wil je weten, voor je tot een project gaat toetreden, hoe het project er voor staat. Steek dus je vinger op en stel kritische vragen, want daardoor confronteer je collega’s en leidinggevenden bewust met de werkelijkheid.

Durf ook het S.T.O.P.-principe te hanteren, want opnieuw beginnen is stoer. Stoppen toont lef  en betekent kritisch nadenken, eventueel teruggaan naar de tekentafel, opnieuw beginnen en het project perfectioneren.
Waarom wordt een project niet gerund als een professionele onderneming?, is een vraag die in het boek naar voren komt. Naar de mening van de auteur zijn projecten (mini)ondernemingen die hun bestaanscyclus van oprichting tot ontbinding in veel kortere tijd afwerken dan we gewend zijn. En ze kunnen potentieel veel meer schade aanrichten in financiële maar zeker ook in persoonlijke zin.

Bart Flos houdt in zijn boek een warm pleidooi om nog eens goed na te denken over het feit of het wel zinvol is allerlei methoden en technieken, zoals PRINCE, SCRUM, PMBoK, IPMA, etc., rücksichtsloos een organisatie in te slingeren. Het heeft geen zin iedereen even naar een managementschool toe te sturen waardoor alle projecten succesvol zullen verlopen. Je gaat daarbij voorbij aan belangrijke zaken die nodig zijn om een project tot een goed einde te brengen zoals: leiderschap, het rekening houden met de organisatie, de omgeving en het individu, terwijl het daarnaast belangrijk is om flexibel te blijven en te kunnen improviseren. Al is het alleen al vanwege de voortdurende veranderingen.

Het is een geweldig leuk geschreven boek om te lezen en als je even snel wilt ruiken aan de inhoud pak dan hoofdstuk 6 er bij, daarin wordt in een notendop beschreven wat je in de verschillende hoofdstukken in het boek kunt vinden. Vergeet ook niet de verschillende aangeboden testen te doen, want die zijn zeer behulpzaam bij het waarderen van het perfecte project. Als er nog een ander belangrijk punt is om projecten in goede banen te leiden, let dan op de mens in het project: de mens is the mother of all fucks-ups, maar tegelijkertijd – mits daar aandacht voor bestaat - ook het kantelpunt naar succes.

Over Dick Bos
Dick Bos (1958) studeerde onder andere Rechten aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en Bedrijfskunde aan de NCOI Business School (MBA). Daarnaast voltooide hij naast tal van managementcursussen de opleiding tot gecertificeerd compliance officer bij het NIBE-SVV. Hij is werkzaam als kwartiermaker voor het opzetten van een Beveiligingsautoriteit binnen het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Interessante link


zaterdag 8 maart 2014

Recensie 'Scrum voor managers' van Rini van Solingen en Rob van Lanen

Een overzichtelijk boek ‘Scrum voor managers’ van Rini van Solingen en Rob van Lanen. Maar is het nu echt zo anders als een goed uitgevoerd project- of programmanagement. Over de vormgeving is goed nagedacht. Het kiezen voor aansprekende foto’s en passende teksten versterken het effect van het daaropvolgende hoofdstuk en daarmee het boek.

De ondertitel van het boek ‘Scrum voor managers’ luidt: ‘Dé methode voor teameffectiviteit en resultaatgericht organiseren’. De boodschap die daarin ligt kan niet duidelijker zijn, maar de vraag dient zich aan: ‘Is scrum daar nu zo bijzonder in?’ Ik heb het boek met veel interesse doorgelezen en begrepen dat een aantal zaken belangrijk zijn binnen het hanteren van scrum, namelijk:
1) Je moet de regels van het spel echt veranderen. Dus weg van klaar aan het einde naar alles wat gedaan wordt is af en we organiseren geen mensen om het werk heen, maar het werk stroomt naar de mensen toe;
2)Werken in crossfunctionele teams. Dat betekent zelfvoorzienend zijn en goed georganiseerde teams opzetten;
3) Resultaten direct zichtbaar en transparant maken. Er worden altijd werkende resultaten opgeleverd en alles in het proces is transparant en inzichtelijk;
4) Constante focus aanbrengen op het snel leveren van waarde voor de klant. Dat betekent het meten van directe businesswaarde voor de klant;
5) Stap voor stap gaan werken en continu van elke stap proberen te leren. Het uitgangspunt is leren door te doen en niet achteraf kijken wat er fout is gegaan.

Het waardevolle van scrum vind ik is, dat er sprake is van dedicated mensen in een scrum team. De leden worden niet afgeleid, maar kunnen zich geheel richten op het ene product wat moet worden opgeleverd. Daarnaast spreekt natuurlijk aan dat een team crossfunctioneel wordt samengesteld, alle expertise die nodig is, is binnen het team aanwezig.

De gevleugelde manier van werken binnen deze scrumteams is om aan het begin van de dag bij elkaar te komen en de volgende vragen door te lopen:
1) Wat heb ik gisteren gedaan en wat ging goed?
2) Wat ga ik vandaag doen en
3) Welke hulp heb ik daarvoor van de andere teamleden nodig.

En dan beginnen de ‘sprints’, de doorlooptijden van hapklare tussenproducten die leiden tot het uiteindelijke eindfabricaat. Alleen het woord ‘sprint’ al roept bij mij onrust op, een zekere vorm van gejaagdheid. O ja, en dan is er ook nog een product backlog (naar mijn idee een soort werkvoorraadbeheer), een sprint backlog, een development team een scrummaster, etc.. Bij mij ontstaat dan de vraag waarom er geen Nederlandse aanduidingen voor kunnen worden gebruikt, dat lijkt toch niet zo moeilijk?

Wat vooral blijft hangen is het feit dat je en scrum team ook zou kunnen vergelijken met een goed georganiseerd projectteam binnen een groter programma. Het verschil is dat er geen projectleider is, maar als de programmamanager zijn rol goed vervult kan het zo maar een goede scrummaster zijn en de producten op tijd opleveren.

Met deze recensie wil ik de waarde van ‘scrum’ niet bagatelliseren maar het eerder plaatsen als ‘een methode’ binnen de vele andere methoden die er zijn. Als ik het voorgaande dan relateer aan de aangehaalde tekst van Darwin in het boek: ‘It is not the strongest of the species that survive, nor the most intelligent, but the one most responsive to change!’ dan staat de keuze van de methodiek wat mij betreft vrij, zo lang de gekozen methode maar helpt om adequaat te reageren op verandering.
Het is een boeiend boek om te lezen, de lay-out is keurig verzorgd en de samenvattingen aan het einde van een hoofdstuk to the point. Een boek dat inzicht geeft in scrum, je leert nadenken en deze methode leert plaatsen en vergelijken met al die anderen mogelijkheden die er zijn.
Over Dick Bos
Dick Bos (1958) studeerde onder andere Rechten aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en Bedrijfskunde aan de NCOI Business School (MBA). Daarnaast voltooide hij naast tal van managementcursussen de opleiding tot gecertificeerd compliance officer bij het NIBE-SVV. Hij is werkzaam als kwartiermaker voor het opzetten van een Beveiligingsautoriteit binnen het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Interessante link


dinsdag 18 februari 2014

Progressie door zelfcoaching van Gwenda Schlundt Bodien (de recensie)

‘Progressie door zelfcoaching’ van Gwenda Schlundt Bodien. Een boek met interessante experimenten, inzichten en theoretische onderbouwing, dat kan helpen om jezelf of het team waar je leiding aan geeft verder te helpen. Het is ook een boek dat vragen oproept zoals: ‘Moet je het verleden niet eerst verwerken om progressie in het heden te kunnen maken? 

Ik heb het boek al weer een paar weken geleden uitgelezen, maar ben er tot vandaag nog niet aan toe gekomen om een recensie te schrijven. Dat is niet omdat het boek niet goed is. De auteur Gwenda Schlundt Bodien heeft het op een zeer prettige wijze geschreven en het is zorgvuldig geredigeerd. Er staan een aantal waardevolle uitspraken in die levensmotto’s zouden kunnen zijn, zoals:
‘Positieve emoties in tijden van crisis helpen mensen om de crisis in een breder perspectief te kunnen zien, om voorbij de directe stressoren te kijken, en om een breder arsenaal aan acties uit te proberen om realistische doelen te bereiken.’ En;
‘Veerkracht is een belangrijk argument om te stellen dat het realistisch is te vertrouwen op de zelfredzaamheid van mensen.’

In het boek wordt ook nogmaals duidelijk gemaakt dat de menselijke intelligentie kan toenemen. Naar de mening van aangehaalde onderzoekers, Dickens en Flynn, zijn er twee multipliers die tegelijkertijd werken. De individuele multiplier zorgt er voor dat de potentie die er is in genetische verschillen tussen individuen sterk wordt benut. De sociale multiplier zorgt er voor dat een enorme IQ-toename te zien is tussen generaties. Je kunt slimmer worden zo is de stelregel. Voor je hersenen geldt: use it or lose it.

In het boek wordt onder meer aandacht besteed aan zeven zelfcoachings-experimenten voor individuen en zeven experimenten voor teams. Deze experimenten worden in de laatste hoofdstukken theoretisch onderbouwd. U krijgt antwoord op de vraag waarom de voorgestelde experimenten werken.

Gwenda Schlundt Bodien introduceert de experimenten op een heldere wijze en geeft bij het experiment aan ‘wanneer het experiment geschikt is’ en ‘hoe je het experiment uitvoert’. 
Het eerste experiment bijvoorbeeld: Doe alsof, als je eenvoudig en snel iets wilt veranderen. Dit experiment is eenvoudig en helpt je snel op weg om iets te veranderen. Neem het geval dat je gehaast een zaal in komt lopen waar je een lezing moet geven. Het is dan belangrijk om de tijd te nemen om te ontspannen door langzamer te praten of pauzes in te bouwen, daardoor leert je brein zich ontspannen, waardoor het gehaaste verdwijnt. Een ander voorbeeld is het dilemma bij het lezen van een niet interessant boek, als je je mindset kunt veranderen ‘door het boek dicht tegen je aan te houden alsof het een waardevol boek is’ dan kan dat het lezen van het boek boeiender maken.

Als het gaat om het coachen van teams, dan is een van de experimenten; progressiegericht feedback geven, om te investeren in samenwerking. Het experiment vraagt om een individuele voorbereiding denkend aan een collega aan wie feedback zal worden gegeven. Vragen die dan beantwoord kunnen worden zijn:

1. Wat heb ik mijn collega zien doen wat goed werkt? 
2. Wat werkt voor mij goed in de samenwerking met deze collega? tot
3. Wat zou ik willen bereiken in de samenwerking met deze collega?

Als daarna duo’s worden gevormd is het belangrijk goed naar elkaar te luisteren. Ga vervolgens niet met elkaar in discussie over de perceptie die een ander heeft, maar onderzoek wat de mogelijkheden zijn om op basis van de gegeven feedback verder te komen.

Het gaat te ver om alle experimenten hier aan de orde te laten komen. Dit afgezien van het feit dat in een recensie voorkomen moet worden dat een auteur te kort wordt gedaan door slechts een aantal voorbeelden aan te halen.

‘Progressie door zelfcoaching’ is zeker een boek om te lezen. Door de opbouw wordt een goed inzicht gegeven in de mogelijkheden van verschillende experimenten en de theoretische onderbouwing daarvan. Maar toch blijft er wat bij mij haperen. Door het boek heen bekroop mij het gevoel dat progressiegericht coachen vooral gericht is op het gebruikmaken van al eerder behaalde positieve resultaten. Daarmee ontstaat er - naar mijn mening - het risico dat een fundamentele ‘weeffout’ in het denken van een persoon niet wordt gedetermineerd, geanalyseerd en opgeheven. Feit is wel dat als mensen intrinsiek gemotiveerd zijn, ze beter presteren.

Over Dick Bos

Dick Bos (1958) studeerde onder andere Rechten aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en Bedrijfskunde aan de NCOI Business School (MBA). Daarnaast voltooide hij naast tal van managementcursussen de opleiding tot gecertificeerd compliance officer bij het NIBE-SVV. Hij is werkzaam als kwartiermaker voor het opzetten van een Beveiligingsautoriteit binnen het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Interessante link

maandag 27 januari 2014

Organisatie verandering door systemisch transitiemanagement en progressief coachen, meer van het zelfde?

Langzamerhand begin ik steeds meer te begrijpen waarom zo veel veranderingstrajecten spaak lopen. Met de beste wil van de wereld worden er diverse initiatieven genomen, maar de resultaten zijn bedroevend.

Binnen het MKB bestaat er een reëel risico dat het misloopt omdat de kennis over verandermanagement beperkt is, deze vervolgens koud wordt doorgevoerd (om te besparen op kosten) of dat er een consultant wordt binnengehaald die tegen een aanzienlijk uurtarief de zaak wel even op orde zal brengen. Aan dat laatste heb ik al eerder op deze blog aandacht besteed (Bullshit management II). Waar het ook fout gaat is daar waar alleen aandacht bestaat voor de 'harde' organisatorische veranderingen, het meedogenloos omzetten van de organisatie naar een nieuwe structuur.

Verstandiger zou het zijn de diverse activiteiten die uitgevoerd moeten worden op elkaar af te stemmen. Daaraan zit een organisatorische component waarop gestuurd moet worden maar ook een menselijke/medewerkers kant. Binnen systemisch transitiemanagement wordt daar aandacht aan besteed maar er is meer, het is ook belangrijk mensen /medewerkers te coachen, hen de ontwikkelingsmogelijkheden en de kansen van de nieuwe organisatie te laten zien (waar zitten hun kwaliteiten die de nieuwe organisatie verder kunnen helpen). Breng beide belangen op lijn, coach op beide lijnen en zorg er voor dat er progressie is. Tenslotte wordt een verandering ingezet om er beter van te worden!

www.dickbosadvies.nl

maandag 20 januari 2014

Met zorg een organisatie veranderen en in beweging komen!

Er zijn meer dan genoeg boeken geschreven over organisatieverandering, businessmodellen, vertrouwen, het lef om te veranderen, progressiegericht werken, bullshit management, maar wat heeft ons dat gebracht.

Er zijn diverse redenen om te willen veranderen, bijvoorbeeld vanwege afname van interesse in een product, een veranderende klantenvraag, gebrek aan uitbreidingsmogelijkheden, zware controles en slechte/verslechterende financiële omstandigheden.

Wat de oorzaak ook mag/kan zijn voor dat er een keuze wordt gemaakt is het verstandig goed zicht te hebben wat er moet veranderen (alleen de bovenstroom veranderen heeft geen zin als er geen zicht bestaat op de andere stromen). Dat betekent niet dat er allerlei consultants moeten worden binnengehaald, maar eerder dat er behoefte bestaat aan iemand die wil luisteren, met jou de koers wil uitzetten en naast je staat om de nodige stappen te nemen. Dat laatste kan op diverse gebieden, zoals schrijven van een nieuwe businessmodel, maken van afspraken met financiers, coachen en begeleiden van managers als ook het personeel.

Het draait allemaal om duidelijk en transparant zijn. Reële verwachtingen scheppen en je realiseren dat als iets in beweging wordt gezet, ergens anders iets gaat meebewegen of moet gaan bewegen.

Iemand behoefte om eens te sparren?

dinsdag 14 januari 2014

Lean van Andy Brophy

Onderstaand mijn recensie van het genoemde boek zoals opgenomen op www.managementboek.nl

Het boek 'LEAN' van Andy Brophy geeft je net even wat meer inzicht in het proces en de ondersteunende theorieën dan een doorsnee boek over dit fenomeen. Een waardevol boek om te lezen als je net iets meer wilt weten over het Lean-concept. Alleen jammer dat een aantal figuren zo slecht te lezen zijn, zelfs met bril op!

Eindelijk een boek wat meer inzicht geeft in het Lean-proces. Het siert de auteur Andy Brophy dat hij in zijn boek ook diverse andere ondersteunende theorieën meeneemt en niet alleen stilstaat bij de waardenstroomanalyse.

Natuurlijk wordt er aandacht besteed aan lean-management in het boek, een korte geschiedenis van Lean, de True North gedachte (waarin wordt verwezen naar wat we zouden moeten doen en niet naar wat we kunnen doen), maar net zo makkelijk komt ook de 'hoshin kanri-strategie, de Deming cirkel, Kaizen-evenementen, Kanban en de Theory of Constraints aan de orde. Het gaat te ver om in deze recensie al deze afzonderlijke theorieën te bespreken. 

Wat wel moet worden onderstreept, is dat een theorie niet op zichzelf staat, maar steunt en soms leunt op andere theorieën of uit een bepaalde theorie voortkomt. Neem bijvoorbeeld bij het lezen van dit boek eens de tijd om het Lean-organisatiesysteem op bladzijde 24 van het boek te bekijken. Indrukwekkend!

De auteur waarschuwt al vrij aan het begin van zijn boek voor het feit dat traditionele bezuinigingen in feite afroomactiviteiten zijn, in plaats van verbeteringen van het systeem; ze zijn vaak het begin van een langdurige destructieve cyclus.

Het boek bevat ook een aantal bijzondere statements zoals deze van Peter Drucker: 'Niets is zo zinloos als iets efficiënt doen wat helemaal niet gedaan hoeft te worden.' Of wel, dat wat in een organisatie als product of dienst tot stand wordt gebracht, moet met de inzet van lean-principes, gecombineerd worden met een diepe waardering voor wat klanten zien als waarde van het geleverde product of de dienst. Als klanten geen waarde toekennen aan een product of dienst heeft de vervaardiging daarvan, hoe goed ook uitgevoerd, geen zin.

Brophy besteedt ook aandacht aan de vijf belangrijke grondbeginselen van Lean, namelijk: het doel, het systeem, de flow, de perfectie en de mensen. Een Lean-organisatiesysteem is gebaseerd op een continue verbetering, respect voor mensen en de eliminatie van verspilling. Het elimineren van verspilling is een integraal onderdeel van Lean, daarbij worden drie globale typen van verspilling onderkend: 
- muda (geen waarde toevoeging aan het product of de dienst)
- muri (overmatig overbelasten van mensen of apparatuur) 
- en mura (de variatie van een proces en in de vraag naar een product of dienst). 

Naar de mening van de auteur is het van essentieel belang om al deze drie soorten van verspilling op te sporen om optimaal te kunnen profiteren van wat Lean kan bieden.

In het boek draagt de auteur ook voorbeelden aan hoe zaken in de praktijk beter kunnen worden aangepakt, bijvoorbeeld in de gezondheidszorg. Het regelmatig mispakken van medicijnen voor een patiënt, van materiaal wat nodig is bij een operatie of het stelselmatig aanhouden van 'te' grote voorraden is destructief voor het proces. Door de inzet van Kanban, een visueel-managementconcept dat de werkstroom faciliteert, kan daar een halt aan worden toegeroepen.

Opgemerkt wordt dat het binnen een bedrijf of organisatie van belang is om holistisch te denken. De flow binnen een bedrijf of organisatie kan gehinderd worden door het eigen belang van een afdeling binnen het totale werkproces. 

Het boeiende aan het boek is dat er aandacht bestaat voor die basiselementen waaraan een bedrijf of organisatie behoefte heeft om een lean-transformatie door te maken. Onderkend wordt dat er meer of andere theorieën zijn die net zo belangrijk kunnen zijn, maar dat deze afhankelijk zijn van de specifieke wensen en eisen van het bedrijf of de organisatie.

Het boek 'LEAN' van Andy Brophy is een aanwinst als het gaat om de aandacht die ook wordt besteed aan ondersteunende methoden waarop het lean-proces rust. Het geeft een waardevol totaal overzicht. Wat ik, persoonlijk, storend vind is het kleine lettertype wat gebruikt wordt bij een aantal gepresenteerde modellen. De inhoud was vaak niet te lezen.

Over Dick Bos

Dick Bos (1958) studeerde onder andere Rechten aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en Bedrijfskunde aan de NCOI Business School (MBA). Daarnaast voltooide hij naast tal van managementcursussen de opleiding tot gecertificeerd compliance officer bij het NIBE-SVV. Hij is werkzaam als kwartiermaker voor het opzetten van een Beveiligingsautoriteit binnen het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Interessante link