dinsdag 18 februari 2014

Progressie door zelfcoaching van Gwenda Schlundt Bodien (de recensie)

‘Progressie door zelfcoaching’ van Gwenda Schlundt Bodien. Een boek met interessante experimenten, inzichten en theoretische onderbouwing, dat kan helpen om jezelf of het team waar je leiding aan geeft verder te helpen. Het is ook een boek dat vragen oproept zoals: ‘Moet je het verleden niet eerst verwerken om progressie in het heden te kunnen maken? 

Ik heb het boek al weer een paar weken geleden uitgelezen, maar ben er tot vandaag nog niet aan toe gekomen om een recensie te schrijven. Dat is niet omdat het boek niet goed is. De auteur Gwenda Schlundt Bodien heeft het op een zeer prettige wijze geschreven en het is zorgvuldig geredigeerd. Er staan een aantal waardevolle uitspraken in die levensmotto’s zouden kunnen zijn, zoals:
‘Positieve emoties in tijden van crisis helpen mensen om de crisis in een breder perspectief te kunnen zien, om voorbij de directe stressoren te kijken, en om een breder arsenaal aan acties uit te proberen om realistische doelen te bereiken.’ En;
‘Veerkracht is een belangrijk argument om te stellen dat het realistisch is te vertrouwen op de zelfredzaamheid van mensen.’

In het boek wordt ook nogmaals duidelijk gemaakt dat de menselijke intelligentie kan toenemen. Naar de mening van aangehaalde onderzoekers, Dickens en Flynn, zijn er twee multipliers die tegelijkertijd werken. De individuele multiplier zorgt er voor dat de potentie die er is in genetische verschillen tussen individuen sterk wordt benut. De sociale multiplier zorgt er voor dat een enorme IQ-toename te zien is tussen generaties. Je kunt slimmer worden zo is de stelregel. Voor je hersenen geldt: use it or lose it.

In het boek wordt onder meer aandacht besteed aan zeven zelfcoachings-experimenten voor individuen en zeven experimenten voor teams. Deze experimenten worden in de laatste hoofdstukken theoretisch onderbouwd. U krijgt antwoord op de vraag waarom de voorgestelde experimenten werken.

Gwenda Schlundt Bodien introduceert de experimenten op een heldere wijze en geeft bij het experiment aan ‘wanneer het experiment geschikt is’ en ‘hoe je het experiment uitvoert’. 
Het eerste experiment bijvoorbeeld: Doe alsof, als je eenvoudig en snel iets wilt veranderen. Dit experiment is eenvoudig en helpt je snel op weg om iets te veranderen. Neem het geval dat je gehaast een zaal in komt lopen waar je een lezing moet geven. Het is dan belangrijk om de tijd te nemen om te ontspannen door langzamer te praten of pauzes in te bouwen, daardoor leert je brein zich ontspannen, waardoor het gehaaste verdwijnt. Een ander voorbeeld is het dilemma bij het lezen van een niet interessant boek, als je je mindset kunt veranderen ‘door het boek dicht tegen je aan te houden alsof het een waardevol boek is’ dan kan dat het lezen van het boek boeiender maken.

Als het gaat om het coachen van teams, dan is een van de experimenten; progressiegericht feedback geven, om te investeren in samenwerking. Het experiment vraagt om een individuele voorbereiding denkend aan een collega aan wie feedback zal worden gegeven. Vragen die dan beantwoord kunnen worden zijn:

1. Wat heb ik mijn collega zien doen wat goed werkt? 
2. Wat werkt voor mij goed in de samenwerking met deze collega? tot
3. Wat zou ik willen bereiken in de samenwerking met deze collega?

Als daarna duo’s worden gevormd is het belangrijk goed naar elkaar te luisteren. Ga vervolgens niet met elkaar in discussie over de perceptie die een ander heeft, maar onderzoek wat de mogelijkheden zijn om op basis van de gegeven feedback verder te komen.

Het gaat te ver om alle experimenten hier aan de orde te laten komen. Dit afgezien van het feit dat in een recensie voorkomen moet worden dat een auteur te kort wordt gedaan door slechts een aantal voorbeelden aan te halen.

‘Progressie door zelfcoaching’ is zeker een boek om te lezen. Door de opbouw wordt een goed inzicht gegeven in de mogelijkheden van verschillende experimenten en de theoretische onderbouwing daarvan. Maar toch blijft er wat bij mij haperen. Door het boek heen bekroop mij het gevoel dat progressiegericht coachen vooral gericht is op het gebruikmaken van al eerder behaalde positieve resultaten. Daarmee ontstaat er - naar mijn mening - het risico dat een fundamentele ‘weeffout’ in het denken van een persoon niet wordt gedetermineerd, geanalyseerd en opgeheven. Feit is wel dat als mensen intrinsiek gemotiveerd zijn, ze beter presteren.

Over Dick Bos

Dick Bos (1958) studeerde onder andere Rechten aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en Bedrijfskunde aan de NCOI Business School (MBA). Daarnaast voltooide hij naast tal van managementcursussen de opleiding tot gecertificeerd compliance officer bij het NIBE-SVV. Hij is werkzaam als kwartiermaker voor het opzetten van een Beveiligingsautoriteit binnen het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Interessante link

maandag 27 januari 2014

Organisatie verandering door systemisch transitiemanagement en progressief coachen, meer van het zelfde?

Langzamerhand begin ik steeds meer te begrijpen waarom zo veel veranderingstrajecten spaak lopen. Met de beste wil van de wereld worden er diverse initiatieven genomen, maar de resultaten zijn bedroevend.

Binnen het MKB bestaat er een reëel risico dat het misloopt omdat de kennis over verandermanagement beperkt is, deze vervolgens koud wordt doorgevoerd (om te besparen op kosten) of dat er een consultant wordt binnengehaald die tegen een aanzienlijk uurtarief de zaak wel even op orde zal brengen. Aan dat laatste heb ik al eerder op deze blog aandacht besteed (Bullshit management II). Waar het ook fout gaat is daar waar alleen aandacht bestaat voor de 'harde' organisatorische veranderingen, het meedogenloos omzetten van de organisatie naar een nieuwe structuur.

Verstandiger zou het zijn de diverse activiteiten die uitgevoerd moeten worden op elkaar af te stemmen. Daaraan zit een organisatorische component waarop gestuurd moet worden maar ook een menselijke/medewerkers kant. Binnen systemisch transitiemanagement wordt daar aandacht aan besteed maar er is meer, het is ook belangrijk mensen /medewerkers te coachen, hen de ontwikkelingsmogelijkheden en de kansen van de nieuwe organisatie te laten zien (waar zitten hun kwaliteiten die de nieuwe organisatie verder kunnen helpen). Breng beide belangen op lijn, coach op beide lijnen en zorg er voor dat er progressie is. Tenslotte wordt een verandering ingezet om er beter van te worden!

www.dickbosadvies.nl

maandag 20 januari 2014

Met zorg een organisatie veranderen en in beweging komen!

Er zijn meer dan genoeg boeken geschreven over organisatieverandering, businessmodellen, vertrouwen, het lef om te veranderen, progressiegericht werken, bullshit management, maar wat heeft ons dat gebracht.

Er zijn diverse redenen om te willen veranderen, bijvoorbeeld vanwege afname van interesse in een product, een veranderende klantenvraag, gebrek aan uitbreidingsmogelijkheden, zware controles en slechte/verslechterende financiële omstandigheden.

Wat de oorzaak ook mag/kan zijn voor dat er een keuze wordt gemaakt is het verstandig goed zicht te hebben wat er moet veranderen (alleen de bovenstroom veranderen heeft geen zin als er geen zicht bestaat op de andere stromen). Dat betekent niet dat er allerlei consultants moeten worden binnengehaald, maar eerder dat er behoefte bestaat aan iemand die wil luisteren, met jou de koers wil uitzetten en naast je staat om de nodige stappen te nemen. Dat laatste kan op diverse gebieden, zoals schrijven van een nieuwe businessmodel, maken van afspraken met financiers, coachen en begeleiden van managers als ook het personeel.

Het draait allemaal om duidelijk en transparant zijn. Reële verwachtingen scheppen en je realiseren dat als iets in beweging wordt gezet, ergens anders iets gaat meebewegen of moet gaan bewegen.

Iemand behoefte om eens te sparren?

dinsdag 14 januari 2014

Lean van Andy Brophy

Onderstaand mijn recensie van het genoemde boek zoals opgenomen op www.managementboek.nl

Het boek 'LEAN' van Andy Brophy geeft je net even wat meer inzicht in het proces en de ondersteunende theorieën dan een doorsnee boek over dit fenomeen. Een waardevol boek om te lezen als je net iets meer wilt weten over het Lean-concept. Alleen jammer dat een aantal figuren zo slecht te lezen zijn, zelfs met bril op!

Eindelijk een boek wat meer inzicht geeft in het Lean-proces. Het siert de auteur Andy Brophy dat hij in zijn boek ook diverse andere ondersteunende theorieën meeneemt en niet alleen stilstaat bij de waardenstroomanalyse.

Natuurlijk wordt er aandacht besteed aan lean-management in het boek, een korte geschiedenis van Lean, de True North gedachte (waarin wordt verwezen naar wat we zouden moeten doen en niet naar wat we kunnen doen), maar net zo makkelijk komt ook de 'hoshin kanri-strategie, de Deming cirkel, Kaizen-evenementen, Kanban en de Theory of Constraints aan de orde. Het gaat te ver om in deze recensie al deze afzonderlijke theorieën te bespreken. 

Wat wel moet worden onderstreept, is dat een theorie niet op zichzelf staat, maar steunt en soms leunt op andere theorieën of uit een bepaalde theorie voortkomt. Neem bijvoorbeeld bij het lezen van dit boek eens de tijd om het Lean-organisatiesysteem op bladzijde 24 van het boek te bekijken. Indrukwekkend!

De auteur waarschuwt al vrij aan het begin van zijn boek voor het feit dat traditionele bezuinigingen in feite afroomactiviteiten zijn, in plaats van verbeteringen van het systeem; ze zijn vaak het begin van een langdurige destructieve cyclus.

Het boek bevat ook een aantal bijzondere statements zoals deze van Peter Drucker: 'Niets is zo zinloos als iets efficiënt doen wat helemaal niet gedaan hoeft te worden.' Of wel, dat wat in een organisatie als product of dienst tot stand wordt gebracht, moet met de inzet van lean-principes, gecombineerd worden met een diepe waardering voor wat klanten zien als waarde van het geleverde product of de dienst. Als klanten geen waarde toekennen aan een product of dienst heeft de vervaardiging daarvan, hoe goed ook uitgevoerd, geen zin.

Brophy besteedt ook aandacht aan de vijf belangrijke grondbeginselen van Lean, namelijk: het doel, het systeem, de flow, de perfectie en de mensen. Een Lean-organisatiesysteem is gebaseerd op een continue verbetering, respect voor mensen en de eliminatie van verspilling. Het elimineren van verspilling is een integraal onderdeel van Lean, daarbij worden drie globale typen van verspilling onderkend: 
- muda (geen waarde toevoeging aan het product of de dienst)
- muri (overmatig overbelasten van mensen of apparatuur) 
- en mura (de variatie van een proces en in de vraag naar een product of dienst). 

Naar de mening van de auteur is het van essentieel belang om al deze drie soorten van verspilling op te sporen om optimaal te kunnen profiteren van wat Lean kan bieden.

In het boek draagt de auteur ook voorbeelden aan hoe zaken in de praktijk beter kunnen worden aangepakt, bijvoorbeeld in de gezondheidszorg. Het regelmatig mispakken van medicijnen voor een patiënt, van materiaal wat nodig is bij een operatie of het stelselmatig aanhouden van 'te' grote voorraden is destructief voor het proces. Door de inzet van Kanban, een visueel-managementconcept dat de werkstroom faciliteert, kan daar een halt aan worden toegeroepen.

Opgemerkt wordt dat het binnen een bedrijf of organisatie van belang is om holistisch te denken. De flow binnen een bedrijf of organisatie kan gehinderd worden door het eigen belang van een afdeling binnen het totale werkproces. 

Het boeiende aan het boek is dat er aandacht bestaat voor die basiselementen waaraan een bedrijf of organisatie behoefte heeft om een lean-transformatie door te maken. Onderkend wordt dat er meer of andere theorieën zijn die net zo belangrijk kunnen zijn, maar dat deze afhankelijk zijn van de specifieke wensen en eisen van het bedrijf of de organisatie.

Het boek 'LEAN' van Andy Brophy is een aanwinst als het gaat om de aandacht die ook wordt besteed aan ondersteunende methoden waarop het lean-proces rust. Het geeft een waardevol totaal overzicht. Wat ik, persoonlijk, storend vind is het kleine lettertype wat gebruikt wordt bij een aantal gepresenteerde modellen. De inhoud was vaak niet te lezen.

Over Dick Bos

Dick Bos (1958) studeerde onder andere Rechten aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en Bedrijfskunde aan de NCOI Business School (MBA). Daarnaast voltooide hij naast tal van managementcursussen de opleiding tot gecertificeerd compliance officer bij het NIBE-SVV. Hij is werkzaam als kwartiermaker voor het opzetten van een Beveiligingsautoriteit binnen het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Interessante link

Klantgestuurde Businessmodellen

Onderstaand volgt mijn recensie op het boek 'Klantgestuurde Businessmodellen' van Dirk Houtgraaf en Marleen Bekkers.

Het boek 'Klantgestuurde businessmodellen' van Dirk Houtgraaf en Marleen Bekkers staat vol met waardevolle tips. Het helpt je naar je eigen businessmodel te kijken en die eventueel te actualiseren. Belangrijke koepelbegrippen zijn merk en businessmodel, zij vormen samen een ijzerstrek duo. Bij het lezen verdween bij mij de concentratie af en toe en aan het einde moest ik de inleiding weer herlezen om de boodschap op te pakken.

In de inleiding geven de Dirk Houtgraaf en Marleen Bekkers aan dat het boek is geschreven voor (middelgrote en kleine) ondernemers, voor managers in non-for-profitorganisaties, maar ook voor aanstormend talent dat nu nog in de schoolbanken zit. Het boek wil uitleg geven over het nut en de noodzaak van businessmodellen op een wijze waarop de lezer ook begrijpt wat het begrip betekent als erover wordt gesproken.

Het boek kent een duidelijke structuur waarbij in verschillende hoofdstukken aandacht wordt besteed aan:
- Voorbeelden van businessmodellen;
- Het theoretisch fundament onder businessmodellen;
- Het ontleden van het klantgestuurde businessmodel in de drie lagen waaruit deze bestaat;
- Het toepassen in de praktijk en
- De samenhang tussen businessmodellen en merken.

Zonder diepgaand op alle bovenstaande onderwerpen in te gaan bespreken de auteurs in de voorbeelden van businessmodellen onder andere: 
- verdienmodellen (de manier waarop het geld binnenkomt), 
- de distributiemodellen (de wijze waarop het product/de dienst bij de klant komt) 
- maar ook cocreatiemodellen (bijvoorbeeld een advies dat tot stand komt nadat een aantal mensen er bij betrokken is).

Verder wordt opgemerkt dat niet iedere organisatie over een uniek businessmodel beschikt. Binnen een specifieke bedrijfstak overheersen meestal een of enkele businessmodellen. Natuurlijk zijn niet twee bedrijven hetzelfde, maar als het om wezenlijke verschillen in strategie en bedrijfsorganisatie gaat, zijn de verschillen vaak veel moeilijker te herkennen. Zo is het mogelijk de businessmodellen te vergelijken van bijvoorbeeld de Hema, V&D en Wehkamp. Het verschil tussen deze bedrijven zit hem in het consumentenaanbod en de wijze waarop deze worden aangeboden. Zo zou je ook Managementboek.nl, conrad.com of coolblue.nl met elkaar kunnen vergelijken.

Verder wordt aandacht besteed aan de term propositie. Een term die niet bij iedereen bekend is, maar waarbij het gaat om het strategische aanbod van het product of de dienst op de markt. Ergo het aanbod vanuit de leverancier aan de klant. Daarbij is het van belang om het product of de dienst zó aan te bieden dat deze anders en dus concurrerend is ten aanzien van de concurrenten in de markt.

In het vierde hoofdstuk wordt naar analogie van het schaakspel, de paardensprong geïntroduceerd, een manier waarmee een aantal samenhangende bouwstenen aan elkaar verbonden kunnen worden die helpen bij het opbouwen van een passend businessmodel. In het laatste hoofdstuk wordt aandacht besteed aan het merk, omdat het merk van wezenlijk belang is bij het uitwerken van een businessmodel - vooral waar het gaat om de wijze waarop de propositie wordt vormgegeven. 

Het boek is een mooi naslagwerk met als een belangrijke boodschap dat 'alles draait om het verwerven van een breinpositie bij de klant'. Persoonlijk heb ik moeite gehad om mijn aandacht bij het boek te kunnen houden. Dat kwam vooral, hoewel logisch, omdat er op een gegeven moment veel theorieën (Potter, Model van Abell, Blue Ocean strategy) werden gepresenteerd die bij een gemiddelde lezer als bekend mogen worden verondersteld. Daarnaast had ik er behoefte aan na het lezen de inleiding nog eens door te nemen om opnieuw duidelijk te hebben met welk doel dit boek ook alweer werd geschreven.

Over Dick Bos

Dick Bos (1958) studeerde onder andere Rechten aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en Bedrijfskunde aan de NCOI Business School (MBA). Daarnaast voltooide hij naast tal van managementcursussen de opleiding tot gecertificeerd compliance officer bij het NIBE-SVV. Hij is werkzaam als kwartiermaker voor het opzetten van een Beveiligingsautoriteit binnen het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Interessante link

maandag 2 december 2013

Let op de komende brochure van managementboek.nl ! Niet lezen van het boek is een gemiste kans !

De recensie van het boek "De connected company" van Dave Gray heb ik de afgelopen dagen ingeleverd bij managementboek.nl en zal de komende dagen in hun brochure worden gepubliceerd. Het boek is zonder meer een aanrader om te lezen. Het geeft je een nieuwe blik op het omgaan met klanten en in relatie daarmee het inrichten en leiden van een bedrijf, volgens nieuwe inzichten. Het boek roept op ‘om te veranderen voor je moet veranderen!’, nu is het moment daar mede omdat de economische crisis geen cyclus is maar een emotionele, rauw sociale, economische reset. Als je dat begrijpt dan zul je succes hebben, als je het niet begrijpt wordt je in vertwijfeling achtergelaten.

De uitgebreide recensie volgt hieronder


Een bijzonder boek, een bijzondere theorie en een bijzondere aanpak die verder gaat dan de celfilosofie van Eckart Wintzen. 'De connected company' van Dave Gray zet je aan het denken. Moet je deze aanpak echt volgen om als organisatie te kunnen overleven?, 'om te veranderen voor je moet veranderen'? Het boek boeit en is het meer dan waard om de komende wintermaanden te lezen.

De macht van de klant is toegenomen en bedrijven doen er verstandig aan zich daar meer op te gaan richten. Naar de mening van Dave Gray moet je dichter tegen de klanten aan gaan zitten en dat betekent dat klassiek ingerichte organisaties zich op moeten gaan splitsen in kleine units die toegankelijk zijn voor de klant en in een positie zijn om beslissingen voor en namens het bedrijf te nemen (de frontliniewerkers). Bij het lezen van dat onderdeel moest ik sterk aan Eckart's notes van Eckart Wintzen denken, waarin hij zijn celfilosofie uitlegt. Een verschil met Gray is dat de cel bij Wintzen voor een groot deel zelfstandig was, maar het logo, de huisstijl en de financiële verantwoording werden voorgeschreven vanuit het moederbedrijf. Dave Gray heeft daar een andere kijk op. Binnen zijn filosofie zijn de kleine autonome teams de dienstenteams van de toekomst, de basisunits van een organisatorische structuur die een lerende organisatie mogelijk maakt. De uitdaging zit hem erin om die teams samen te stellen tot een coherente organisatie die als één entiteit kan functioneren. Naar de mening van de auteur kom je in een connected company alleen maar autonome units tegen die met het geheel zijn verbonden maar toch onafhankelijk van andere units kunnen opereren en evolueren. Er is geen sprake van een hiërarchie maar een holarchie, waarin elk deel ook een geheel is. Deze aanpak maakt een organisatie heel flexibel zodat ze, door hun directe klantencontacten, snel kunnen reageren. Het betekent ook dat met het wegvallen van een unit de rest van de connected company toch kan blijven functioneren.

De truc bij het ontwerpen van een connected company is denken in termen van tempolagen, en om die tempolagen in te richten op maximale flexibiliteit en aanpasbaarheid. Als de wereld veranderlijk en onbestendig is, wil je namelijk flexibel zijn en je makkelijk kunnen aanpassen.

Hoe leid je een connected company? Ook hier geeft Gray antwoord. Connected company's zijn levende, lerende netwerken die bestaan binnen grotere netwerken. Macht in een netwerk is het resultaat van inzicht en invloed en niet van controle. Wil je goed leiding kunnen geven aan een netwerk, dan moeten leiders een omgeving creëren die zich kenmerkt door helderheid, vertrouwen en gezamenlijke doelen. Het management ontwerpt, kalibreert en faciliteert het systeem dat het leren en presteren van de units ondersteunt. Managers moeten in dat geval niet vasthouden aan beproefde wegen, maar nieuwe uitdagingen aan durven pakken en af en toe onderdeel worden van de frontliniewerkers om te begrijpen wat klanten zoeken en willen.

Gray legt knap uit hoe het opzetten van een connected company kan en zou moeten werken. Wat het nodig heeft om volledig tot zijn recht te komen en hoe het kan worden gemanaged. Het gaat daarbij naar mijn mening vooral om de organisatorische kant van het geheel. De personele kant, wat wordt er van een medewerker binnen een autonome unit verwacht en waar moet hij aan voldoen, krijgt minder aandacht.

Het boek is zonder meer een aanrader om te lezen. Het geeft je een nieuwe blik op het omgaan met klanten en in relatie daarmee het inrichten en leiden van een bedrijf, volgens nieuwe inzichten. Het boek roept op 'om te veranderen voor je moet veranderen!', nu is het moment daar, mede omdat de economische crisis geen cyclus is maar een emotionele, rauw sociale, economische reset.

Over Dick Bos

Dick Bos (1958) studeerde onder andere Rechten aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en Bedrijfskunde aan de NCOI Business School (MBA). Daarnaast voltooide hij naast tal van managementcursussen de opleiding tot gecertificeerd compliance officer bij het NIBE-SVV. Hij is werkzaam als kwartiermaker voor het opzetten van een Beveiligingsautoriteit binnen het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Interessante link

maandag 25 november 2013

Al eens gedacht aan het splitsen van de onderneming in kleinere eenheden?

Het feit dat een bedrijf groter wordt door een groeiende vraag wil niet betekenen dat het daardoor ook efficiënt is en blijft. Groei kan een remmende factor zijn. Neem bijvoorbeeld een schilder. Hij heeft gemiddeld 8 uur per dag te besteden aan opdrachten. Nu is hij heel handig en verwerft hij veel aanvragen om te komen verven. Op een zeker moment komt hij in tijdnood, ook als hij in de avonduren doorgaat en meer dan de 8 uur maakt.

Als hij geen beslissing neemt loopt hij het risico zichzelf voorbij te lopen of werk van minder kwaliteit te leveren. Wat te doen? Er zijn twee opties: 'hij gaat minder werk aannemen of hij gaat iemand in dienst nemen'. Vervolgens staat hij dan voor een nieuwe uitdaging, nu moet hij ook nog gaan managen.

Hoe groter een organisatie wordt, hoe groter het risico dat het bedrijf te ver af komt te staan van zijn klant en hoe groter het risico dat er veel meer tijd gaat zitten in het managen van het bedrijf. 

Op dit moment ontstaat er een trend om meer aandacht te gaan besteden aan een nauwer contact met de klant. Dat moet dan onder andere gebeuren door het opzetten van kleinere units die in hun relatie met de klant het gehele bedrijf kunnen vertegenwoordigen. Voorgesteld wordt om grote bedrijven op te gaan delen in kleine, autonome units die gemachtigd zijn om het bedrijf te vertegenwoordigen en resultaten aan klanten te leveren. Men noemt dat een podulaire organisatie, de pods (de units) zijn flexibel, schaalbaar en veerkrachtig binnen een holarchie. Een holarchie is een complex systeem waarin elk deeltje een volledig functioneel en opzichzelfstaand geheel is.

Heel nieuw zijn deze ideeën naar mijn mening niet,denk bijvoorbeeld aan Eckart Wintzen met zijn celfilosofie (lees daarvoor: 'Eckarts notes') of de huidige franchisenemer.

Naar mijn mening moet wel aandacht blijven bestaan voor het volgende:

1) De zelfstandige units treden naar buiten maar dan met een herkenbare huisstijl en het logo van het bedrijf;
2) Er blijft één hoofdcel bestaan waaraan verantwoording wordt afgelegd over bijvoorbeeld de financiën.